| Voorpagina |
Bestaande regels en wetgeving
Een ambtenaar moet zich, net als andere werknemers, houden aan bepaalde regels en afspraken. Dit zijn de kaders waarbinnen een ambtenaar opereert. Online zijn deze regels en afspraken hetzelfde als offline.
In de ambtenarenwet staan de rechten en plichten beschreven van ambtenaren. Met name Artikel 125a gaat in op het uiten van gevoelens en meningen door ambtenaren in het publieke domein.
"1.De ambtenaar dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
2.Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:
a. een politieke groepering, waarvan de aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de Kieswet of
b. een vakvereniging.
3.De ambtenaar is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met zijn functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt."
In 1998 was er onenigheid tussen de minister van justitie en de ambtelijke top van het Openbaar Ministerie. De communicatie hierover verliep deels via de media. Als reactie hierop werd "Aanwijzingen externe contacten rijksambtenaren" opgesteld, in de wandelgangen ook de Oukaze Kok genoemd.
Hoewel Oukaze doet vermoeden dat het een ferme beteugeling van de bewegingsvrijheid van ambtenaren betreft, valt dit in de praktijk wel mee. Het is vooral een uitwerking van Artikel 125a van de Ambtenarenwet.
"De aanwijzingen beogen in de eerste plaats meer duidelijkheid te scheppen ten aanzien van de te volgen gedragslijn bij functionele contacten tussen ambtenaren en derden. Ook beogen de nieuwe aanwijzingen meer duidelijkheid te scheppen over de gelding van het grondrecht op vrije meningsuiting bij het optreden van ambtenaren buiten zijn functie (al dan niet als privé-persoon). De nieuwe aanwijzingen beogen op dit punt door het geven van meer duidelijkheid de vrije meningsuiting door ambtenaren te bevorderen. In een democratische rechtsstaat is het van belang dat ambtenaren zich niet onnodig belemmerd voelen om hun mening te geven over onderwerpen die het overheidsbeleid betreffen. Omdat in de praktijk de meeste vragen zich voordoen bij contacten tussen (leden van) de Staten-Generaal en ambtenaren, wordt in de nieuwe aanwijzingen op die contacten het meest uitvoerig ingegaan."
Uiteraard zijn deze aanwijzingen onverkort op de deelname aan sociale media van toepassing. Lees verder: Aanwijzing externe contacten rijksambtenaren.
Het ARAR is een uitwerking van de ambtenarenwet van de materiële rechten en plichten van de ambtenaren werkzaam bij het Rijk. Het ARAR kent geen bepalingen over uitingen in de publieke ruimte of omgang met externe partijen.
Comments (0)
You don't have permission to comment on this page.